Naar hoofdinhoud
1. Het dagelijks bestuur brengt, vanwege de zorg die op hem rust voor de handhaving van de veiligheidsnorm, bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, periodiek verslag uit over de algemene waterstaatkundige toestand van de regionale waterkeringen onder zijn beheer aan gedeputeerde staten van de provincie waarin de regionale waterkeringen in hoofdzaak zijn gelegen. 2. Het verslag, bedoeld in het eerste lid, bevat een beoordeling van de veiligheid. Die beoordeling geschiedt onder meer in het licht van de veiligheidsnorm, technische leidraad en voorschriften, bedoeld in artikel 2.2, en de legger, bedoeld in artikel 4.1. 3. Het dagelijks bestuur brengt, vanwege de zorg die op hem rust voor de handhaving van de normen, bedoeld in artikel 2.5, periodiek verslag uit over de algemene waterstaatkundige toestand van de regionale wateren onder zijn beheer aan gedeputeerde staten van de provincie waarin deze regionale wateren in hoofdzaak zijn gelegen. 4. Het verslag, bedoeld in het derde lid, bevat een beoordeling van de regionale wateren met het oog op de bergings- en afvoercapaciteit waarop de regionale wateren moeten zijn ingericht. Die beoordeling geschiedt onder meer in het licht van de normen en voorschriften, bedoeld in artikel 2.5. 5. Indien de beoordeling daartoe aanleiding geeft, bevatten de verslagen, bedoeld in het eerste en derde lid, een omschrijving van de voorzieningen die op een daarbij aan te geven termijn nodig worden geacht. 6. Gedeputeerde staten stellen, na overleg met het dagelijks bestuur, vast voor welk tijdstip de verslagen, bedoeld in het eerste en derde lid, worden uitgebracht en met welke frequentie de verslagen daarna worden uitgebracht.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel