Naar hoofdinhoud
Ten gevolge van een stoornis kunnen beperkingen in mobiliteit optreden. Hoe ernstig dit probleem voor de  belanghebbende is, hangt af van zijn persoonskenmerken en behoefte aan verplaatsing. De mobiliteitsbeperkingen van een belanghebbende kunnen worden verminderd door verstrekking van een vervoersvoorziening. Mobiliteit is te definiëren als het vermogen van de mens om zich te verplaatsen van het ene naar het andere punt op een wijze, die de situatie verlangt. Als het gaat om het zich lokaal verplaatsen per vervoermiddel is het te bereiken resultaat dat de aanvrager zich met een of ander vervoermiddel binnen zijn eigen woonplaats en het direct daaromheen gelegen gebied kan verplaatsen. Die verplaatsingen moeten passen in het kader van het leven van alledag. Dat zijn alle verplaatsingen die niet uitsluitend te maken hebben met verplaatsingen in het kader van een betaalde baan. Met betrekking tot het zich verplaatsen buitenshuis moet een belanghebbende in staat worden gesteld, in ieder geval datgene te doen wat mensen –normaal gesproken- van dag tot dag plegen te doen, wanneer het gaat om het zich verplaatsen buitenshuis. Het gaat om het doen van boodschappen (zodat ook op deze wijze het resultaat van het kunnen beschikken over de eerste levensbehoeften wordt bereikt), om het op bezoek gaan bij familie en vrienden en om het bezoeken van artsen, paramedici, specialisten etc., voor zover het zogenaamde zittend ziekenvervoer daar geen oplossing voor biedt. Ook het vervoer om in de natuur te zijn of het vervoer om een kerk, een sporthal, of een museum te bezoeken valt onder de compensatieplicht. Vakanties en ander verblijf buiten het gebied zijn uitgesloten. De individuele vervoersvoorzieningen kunnen voorzien in een breed scala van verplaatsingen. Omvoor een individuele voorziening in aanmerking te komen zal het college eerst nagaan of in het gesprek alle mogelijke alternatieven al zijn beoordeeld. Als het college dient te compenseren zal allereerst gekeken worden waar de vervoersbehoefte van de aanvrager/betrokkene uit bestaat. Bij het aanvragen van een individuele voorziening worden de beoordelingscriteria gehanteerd zoals benoemd in paragraaf 3.2..

Rechtspraak bij dit artikel