**1.** In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990
moeten de aanslagen worden betaald in drie gelijke termijnen waarvan de
eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in
de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende
termijnen telkens een maand later.
**2.** In afwijking van het bepaalde in het eerste lid geldt dat, ingeval
machtiging is verleend tot automatische incasso, de aanslagen moeten
worden betaald in 10 gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de
laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van
het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens
een maand later, dit met in achtneming van het bepaalde in artikel 11
lid 3 van de Regeling Automatische Incasso Gemeentelijk
Belastingen.
**3.** De in het tweede lid bedoelde machtiging tot automatische incasso wordt
geacht niet te zijn verleend indien drie van de tien termijnen niet zijn
betaald doordat automatische incasso van de betaalrekening van de
belastingschuldige niet mogelijk blijkt dan wel binnen één maand na
afschrijving zijn gestorneerd. Alsdan gelden de betaaltermijnen als
bedoeld in het eerste lid.
**4.** De Algemene Termijnwet is niet van toepassing op de in voorgaande leden
gestelde termijnen.
Artikel 7
Termijnen van betaling
Onderdeel van 2013-34 Verordening op de heffing en invordering van onroerende-zaakbelasting 2014