Naar hoofdinhoud

Artikel 5

Samenstelling van de kamers en benoeming van de voorzitters en leden

Onderdeel van Verordening behandeling bezwaarschriften 201

1.. Elke kamer bestaat uit een voorzitter en twee leden. 2.. De voorzitters en leden van de commissie worden door het college benoemd, geschorst en ontslagen. 3.. De centrales van het overheidspersoneel, zoals vertegenwoordigd in het Georganiseerd Overleg, dragen één lid voor aan het college ter benoeming in de Personeelkamer. 4.. De voorzitters en de leden van de commissie maken geen deel uit van of zijn werkzaam onder verantwoordelijkheid van een bestuursorgaan van de gemeente noch zijn anderszins betrokken bij de gemeentelijke organisatie. 5.. De voorzitters en leden kunnen als plaatsvervangend voorzitter dan wel als plaatsvervangend lid in een andere kamer optreden. 6.. Op de plaatsvervangende voorzitters van de kamers zijn de bepalingen van deze verordening, die betrekking hebben op de voorzitter, van overeenkomstige toepassing.

Rechtspraak bij dit artikel