Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:
kampeermiddel: tent, tentwagen, kampeerauto, caravan dan wel enig
ander onderkomen of ander voertuig of gewezen voertuig of een
gedeelte daarvan, voorzover geen bouwwerk zijnde waarvoor een
omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit als bedoeld in artikel
2.1, eerste lid, onderdeel a, Wet algemene bepalingen omgevingsrecht
is vereist; een en ander voor zover deze onderkomens of voertuigen
geheel of ten dele blijvend zijn bestemd of opgericht dan wel worden
of kunnen worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf;
kampeerterrein: terrein of plaats, geheel of gedeeltelijk ingericht,
en volgens die inrichting bestemd, om daarop gelegenheid te geven
tot het plaatsen of geplaatst houden van kampeermiddelen ten behoeve
van recreatief nachtverblijf;
vaste standplaats: een terrein of terreingedeelte dat deel uitmaakt
van een kampeerterrein en dat ter beschikking wordt gesteld voor de
plaatsing van eenzelfde kampeermiddel gedurende een seizoen of een
jaar;
volgtijdige standplaats: een terrein of terreingedeelte dat deel
uitmaakt van een kampeerterrein en dat ter beschikking wordt gesteld
voor de volgtijdige plaatsing van verschillende
kampeermiddelen;
woning: een huis, een naar aard en inrichting vergelijkbare ander
onderkomen of een deel van een huis of een vergelijkbaar
onderkomen;
particulier: een natuurlijk persoon die buiten de uitoefening van
een bedrijf of beroep gelegenheid biedt tot verblijf;
particulier verhuurde woning: een woning die door een particulier
ter beschikking wordt gesteld voor het houden van verblijf met
overnachting tegen een vergoeding in welke vorm dan ook.
Artikel 1
Begripsbeschrijving
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van logiesbelasting 2013