Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Paragraaf 4.

Artikel 17.

Loonkostensubsidie naar loonwaarde SW-werkgever benadeelde werknemer

Onderdeel van Re-integratieverordening WWB, IOAW en IOAZ ISDBOL 2012

1.. Het dagelijks bestuur kan een loonkostensubsidie verstrekken aan een SW-werkgever die een arbeidsovereenkomst sluit met een benadeelde werknemer. 2.. De loonkostensubsidie wordt slechts toegekend indien een arbeidsovereenkomst wordt aangegaan voor ten minste 6 maanden met een minimum van 18 arbeidsuren per week. 3.. De hoogte van de loonkostensubsidie wordt bepaald door een loonwaardecomponent, een aanpassingscomponent en een begeleidingscomponent. 4.. Het dagelijks bestuur bepaalt de loonwaarde door middel van een door hem vast te stellen systematiek van loonwaardebepaling. 5.. Het verschil tussen het minimumloon en de loonwaarde wordt met in achtneming van het bepaalde in lid 8 door middel van de loonkostensubsidie aangevuld en wordt uitgedrukt in een percentage van het minimumloon. 6.. De aanpassingscomponent is een vast percentage van 8% van het minimumloon. 7.. De begeleidingscomponent is een vast bedrag van € 4000,00. In dit bedrag zitten begrepen 47 uren speciale werkbegeleiding en 6 uren terugkoppeling. 8.. De loonkostensubsidie mag niet minder dan 10% en niet meer dan 55% van de aan het minimumloon gerelateerde loonkosten bedragen, met dien verstande dat tijdens de eerste 6 maanden van het dienstverband, de zogenaamde opstartfase, een maximale subsidie van 75% mogelijk is, indien redelijkerwijs de verwachting is dat binnen een maximale termijn van 6 maanden de loonwaarde naar minimaal 45% zal stijgen. 9.. Bij een parttime dienstverband wordt de subsidie naar rato verleend en vastgesteld, met dien verstande dat het aantal werkzame uren volgens de arbeidsovereenkomst minimaal 18 uren per week dient te bedragen. De in het vorig lid genoemde begrenzingen worden binnen een parttime dienstverband op het naar rato vastgestelde loon toegepast.

Rechtspraak bij dit artikel