**1..** Het dagelijks bestuur ziet af van het toepassen van een verlaging indien:
elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt; of
de gedraging meer dan een jaar voor constatering van die gedraging door het dagelijks bestuur heeft plaatsgevonden, tenzij :
I) de gedraging een schending van de inlichtingenplicht inhoudt en als gevolg van die gedraging ten onrechte of teveel uitkering is verleend, of
II) de belanghebbende zich zeer ernstig heeft misdragen tegenover het dagelijks bestuur of zijn ambtenaren, onder omstandigheden die rechtstreeks verband houden met de uitvoering van de WWB of de IOAW.
**2..** Een verlaging wegens schending van de inlichtingenplicht, dan wel het zich zeer ernstig misdragen tegenover het dagelijks bestuur of zijn ambtenaren, wordt niet opgelegd na verloop van vijf jaren nadat de betreffende gedraging heeft plaatsgevonden.
**3..** Het dagelijks bestuur kan afzien van een verlaging indien het daarvoor dringende redenen aanwezig acht.
**4..** Indien het dagelijks bestuur afziet van een verlaging op grond van dringende redenen, wordt een belanghebbende hiervan schriftelijk op de hoogte gesteld.
Hoofdstuk 1
Artikel 4.
Afzien van verlaging
Onderdeel van Afstemmingsverordening WWB en IOAW ISDBOL 2012