Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:
a)Vakantie-onderkomens:
bungalows, appartementen, woningen en andere verblijfsruimten niet zijnde groepsverblijven, in hoofdzaak bestemd voor en gebezigd als verblijf voor vakantie- en andere recreatieve doeleinden;
b)Tenthuisjes:
tenthuisjes en soortgelijke onderkomens welke bestemd zijn voor, dan wel gebezigd als verblijf voor vakantie- en andere recreatieve doeleinden, en welke geplaatst zijn op een vaste standplaats;
c)Tenten:
tenten en soortgelijke onderkomens welke bestemd zijn voor, dan wel gebezigd worden als verblijf voor vakantie- en andere recreatieve doeleinden, voor zover deze onderkomens niet vallen onder andere begripsomschrijvingen;
d)Vaste standplaats:
een terrein of terreingedeelte dat in hoofdzaak gebezigd wordt voor het gedurende een seizoen of een jaar plaatsen van een zelfde mobiel kampeer onderkomen;
e)Kamers:
woningen en andere verblijfsruimten, of gedeelten daarvan, niet zijnde vakantie-onderkomens, welke niet in hoofdzaak bestemd zijn als verblijf voor vakantie- en andere recreatieve doeleinden, doch welke in bepaalde perioden van het jaar voor die doeleinden worden verhuurd dan wel te huur worden aangeboden;
f)Groepsverblijven:
verblijfsruimten die zijn ingericht voor het gezamenlijk overnachten voor recreatieve doeleinden van groepen van 20 of meer personen.
Artikel 2:
Begripsomschrijvingen
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van toeristenbelasting 2013