Naar hoofdinhoud

Artikel 4

Gunnen ruimere termijn voor start bouwwerkzaamheden

Onderdeel van Beleidsregel intrekken omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen

1.. In ieder geval in de volgende situaties is sprake van een concreet geval waarvoor een ruimere termijn kan worden gegund zoals bedoeld in artikel 3, onder 3 van deze beleidsregels: de vergunninghouder kan met documenten, zoals een geaccepteerde offerte van een bouwondernemer, facturen van bestelde bouwmaterialen en/of hiermee gelijk te stellen documenten zijn intentie tot het starten met het bouwen aantonen. de vergunninghouder kan met documenten, zoals betaalnota’s van geplaatste advertenties, een rapportage van een makelaar met aantallen geïnteresseerden, stukken waaruit blijkt dat de financiering rond kan worden gekregen en/of vergunningen voor bouwborden aantonen dat er substantiële inspanningen zijn verricht ter bevordering van de start van de bouw in relatie tot het minimale verkooppercentage in een anterieure overeenkomst; een faillissement van de aanvrager of de vergunninghouder, en deze tijdig meldt aan het bevoegd gezag dat de omgevingsvergunning zal gaan gelden voor een ander dan de aanvrager of vergunninghouder, conform artikel 2.25 Wabo. het bouwterrein moet worden voorbelast; er is sprake van een project met een groot maatschappelijk belang. 2.. Het gunnen van een ruimere termijn wordt naar redelijkheid en in het licht van het concrete geval bepaald, maar bedraagt nooit meer dan 104 weken na het onherroepelijk worden van de verleende omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel