**1..** Het dagelijks bestuur bestaat uit minimaal drie leden, waaronder begrepen de voorzitter, aan te wijzen door en uit de leden van het algemeen bestuur;
**2..** De aanwijzing van de leden van het dagelijks bestuur heeft plaats uiterlijk een maand na het tijdstip van aantreden van het algemeen bestuur;
**3..** Er is geen sprake van plaatsvervangende leden voor het dagelijks bestuur. De leden van het dagelijks bestuur vervangen elkaar onderling;
**4..** De leden van het dagelijks bestuur zijn, tezamen en ieder afzonderlijk, voor het door hen gevoerde beleid verantwoording verschuldigd aan het algemeen bestuur;
**5..** Zij geven – tezamen dan wel afzonderlijk – aan het algemeen bestuur alle gevraagde inlichtingen, wanneer dat bestuur of een of meer leden daarvan hierom verzoeken, een en ander met inachtneming van artikel 16 van de Wgr;
**6..** Wie ophoudt lid van het algemeen bestuur te zijn houdt tevens op lid van het dagelijks bestuur te zijn;
**7..** De leden van het dagelijks bestuur kunnen te allen tijde ontslag nemen. Zij geven daarvan terstond schriftelijk kennis aan de voorzitter;
**8..** In vacatures in het dagelijks bestuur wordt voorzien in de eerstvolgende vergadering van het algemeen bestuur.
HOOFDSTUK 2
Artikel 10
Dagelijks bestuur
Onderdeel van 2e gewijzigde gemeenschappelijke regeling GGD Zuid-Holland West