Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2

Artikel 10

Dagelijks bestuur

Onderdeel van 2e gewijzigde gemeenschappelijke regeling GGD Zuid-Holland West

1.. Het dagelijks bestuur bestaat uit minimaal drie leden, waaronder begrepen de voorzitter, aan te wijzen door en uit de leden van het algemeen bestuur; 2.. De aanwijzing van de leden van het dagelijks bestuur heeft plaats uiterlijk een maand na het tijdstip van aantreden van het algemeen bestuur; 3.. Er is geen sprake van plaatsvervangende leden voor het dagelijks bestuur. De leden van het dagelijks bestuur vervangen elkaar onderling; 4.. De leden van het dagelijks bestuur zijn, tezamen en ieder afzonderlijk, voor het door hen gevoerde beleid verantwoording verschuldigd aan het algemeen bestuur; 5.. Zij geven – tezamen dan wel afzonderlijk – aan het algemeen bestuur alle gevraagde inlichtingen, wanneer dat bestuur of een of meer leden daarvan hierom verzoeken, een en ander met inachtneming van artikel 16 van de Wgr; 6.. Wie ophoudt lid van het algemeen bestuur te zijn houdt tevens op lid van het dagelijks bestuur te zijn; 7.. De leden van het dagelijks bestuur kunnen te allen tijde ontslag nemen. Zij geven daarvan terstond schriftelijk kennis aan de voorzitter; 8.. In vacatures in het dagelijks bestuur wordt voorzien in de eerstvolgende vergadering van het algemeen bestuur.

Rechtspraak bij dit artikel