**1..** Het algemeen bestuur bestaat uit leden, per deelnemende gemeente 1, inclusief de voorzitter;
**2..** De raad van elke gemeente wijst uit de wethouders en burgemeester een lid en een plaatsvervangend lid van het algemeen bestuur aan. Het lidmaatschap van het algemeen bestuur is onverenigbaar met de betrekking van medewerker van de GGD dan wel de betrekking van ambtenaar bij een van de gemeenten;
**3..** De leden, c.q. de plaatsvervangende leden van het algemeen bestuur zijn verplicht aan de raad door welke zij zijn aangewezen, alle verlangde informatie te geven, op de in de gemeente gebruikelijke wijze, een en ander met inachtneming van het bepaalde in artikel 16 van de Wgr;
**4..** Een lid, c.q. plaatsvervangend lid van het algemeen bestuur is verantwoording verschuldigd over het door hem gevoerde beleid aan de raad van de gemeente die hem heeft aangewezen. Een en ander geschiedt op de in die gemeente gebruikelijke wijze;
**5..** Een lid, c.q. plaatsvervangend lid van het algemeen bestuur is voor het door hem in het algemeen bestuur gevoerde beleid verantwoording verschuldigd aan het algemeen bestuur;
**6..** Het lidmaatschap van het algemeen bestuur eindigt van rechtswege, zodra men ophoudt burgemeester of wethouder te zijn van de gemeente door wiens raad men is aangewezen;
**7..** De leden en plaatsvervangende leden, bedoeld in het tweede lid, kunnen te allen tijde ontslag nemen. Zij geven daarvan terstond schriftelijk kennis aan de voorzitter van het algemeen bestuur en aan de raad van de gemeente die hen heeft aangewezen;
**8..** De zittingsperiode van de leden en de plaatsvervangende leden van het algemeen bestuur is gelijk aan de lopende zittingsperiode van de leden van de gemeenteraad. De aanwijzing dient plaats te vinden zo spoedig mogelijk na aanvang van de zittingsperiode van de gemeenteraden in het jaar waarin de gemeenteraadsverkiezingen zijn gehouden en overigens zo spoedig mogelijk na het ontstaan van een vacature. Zolang de raad van een gemeente bij de aanvang van de zittingsperiode van de raad niet is overgegaan tot aanwijzing van een lid dan wel een plaatsvervangend lid van het algemeen bestuur, hebben het zittende lid dan wel het zittende plaatsvervangende lid een demissionaire status. Deze status vervalt op het moment dat de raad in hun opvolging heeft voorzien, dan wel op het moment dat een wethouder op grond van artikel 42, lid 1 van de Gemeentewet als wethouder is afgetreden;
**9..** Een lid, c.q. plaatsvervangend lid van het algemeen bestuur dat het vertrouwen van de raad van de gemeente die hem heeft aangewezen niet meer bezit, kan door de raad als zodanig worden ontslagen;
**10..** Het algemeen bestuur is bevoegd tot het vaststellen van een reglement van orde voor werkzaamheden. Indien aan de orde, zendt het dagelijks bestuur een afschrift van het reglement aan de raden van de gemeenten.
HOOFDSTUK 2
Artikel 6
Algemeen bestuur
Onderdeel van 2e gewijzigde gemeenschappelijke regeling GGD Zuid-Holland West