**1..** Het verbod in het eerste lid van het vorige artikel geldt niet voor:
evenementen als bedoeld in artikel 2:24;
terrassen als bedoeld in artikel 2:27, aanhef en onder b.;
standplaatsen als bedoeld in artikel 5:18.
**2..** Het verbod in het eerste lid van het vorige artikel geldt niet voor voorwerpen of stoffen waarop gedachten of gevoelens worden geopenbaard, met dien verstande dat:
Het verboden is voorwerpen of stoffen waarop gedachten of gevoelens worden geopenbaard te plaatsen, aan te brengen of te hebben op, aan, boven of onder een openbare plaats, indien deze door hun omvang of vormgeving, constructie of plaats van bevestiging schade toebrengen aan de openbare plaats, gevaar opleveren voor de bruikbaarheid van de openbare plaats of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan, danwel een belemmering kunnen vormen voor het doelmatig beheer en onderhoud van de openbare plaats.
**3..** Het verbod in het eerste lid van het vorige artikel geldt niet voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of het Provinciaal wegenreglement.
**4..** De weigeringsgrond van het tweede lid, onder a, van het vorige artikel geldt niet voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet.
**5..** De weigeringsgrond van het tweede lid, onder b, van het vorige artikel geldt niet voor bouwwerken.
**6..** De weigeringsgrond van het tweede lid, onder c, van het vorige artikel geldt niet voorzover in het geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer.
Hoofdstuk 2. › Afdeling 5.
Artikel 2:10a
Afbakeningsbepalingen en uitzonderingen
Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening Ede