**1..** Het is de rechthebbende alsmede de hoofdgebruiker van een onroerende zaak verboden zonder vergunning van het college of het bevoegd gezag deze zaak of een daarop aanwezige zaak te gebruiken of het gebruik daarvan toe te laten voor het maken van handelsreclame of een naamsaanduiding met behulp van een opschrift, aankondiging of afbeelding in welke vorm dan ook, die vanaf de weg of vanaf een andere voor het publiek toegankelijke plaats zichtbaar is.
**2..** Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet ten aanzien van:
opschriften, aankondigingen en afbeeldingen in het inwendig gedeelte van een onroerende zaak;
opschriften en aankondigingen op zuilen, borden, muren of andere constructies, aangewezen door de overheid;
opschriften en aankondigingen betrekking hebbend op:
– openbare verkoping, aanbiedingen ter verkoop, verhuur of verpachting van een onroerende zaak voor zolang zij feitelijke betekenis hebben;
– het beroep, de dienst, of het bedrijf dat in of op de onroerende zaak wordt uitgeoefend of waarvoor die zaak is bestemd, zomede op naamborden; mits deze opschriften en aankondigingen gezamenlijk geen grotere oppervlakte hebben dan 0,50 m2 en geen van alle een grotere afmeting in een richting hebben dan 1,00 meter en mits deze opschriften en aankondigingen zijn aangebracht op of aan een onroerende zaak;
opschriften betrekking hebbend op de naam en/of aard van in uitvoering zijnde bouwwerken en/of op de namen van degenen die bij het ontwerp en/of de uitvoering van het bouwwerk betrokken zijn, mits deze opschriften zijn aangebracht op borden bij of op de in uitvoering zijnde bouwwerken zelf en niet verlicht zijn, zulks voor zolang zij feitelijke betekenis hebben;
opschriften en aankondigingen aan gebouwen en inrichtingen van openbaar vervoer, indien deze zijn aangebracht ten dienste van dat vervoer;
opschriften en aankondigingen van kennelijk tijdelijke aard, voor zolang zij feitelijke betekenis hebben,
- mits van het aanbrengen ervan tevoren door of vanwege de rechthebbende of de hoofdgebruiker van de onroerende zaak schriftelijk kennisgeving is gedaan aan het college en dit niet binnen twee weken na ontvangst van die kennisgeving van enig bezwaar heeft doen blijken en
- mits deze opschriften de veiligheid van het verkeer niet in gevaar brengen of ernstige hinder voor de omgeving veroorzaken. Zodanige opschriften en aankondigingen worden geacht hun tijdelijk karakter te hebben verloren, wanneer deze gedurende meer dan 9 weken op de onroerende zaak aanwezig zijn.
**3..** Het in het eerste lid gestelde verbod geldt voorts niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Woningwet, de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, op de Wet Milieubeheer gebaseerde voorschriften, het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer, de Monumentenwet, een provinciale verordening of artikel 2:10.
**4..** Een vergunning bedoeld in het eerste lid kan worden geweigerd:
indien de reclame, hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand;
in het belang van de verkeersveiligheid;
in het belang van de voorkoming of beperking van overlast voor gebruikers van de in de nabijheid gelegen onroerende zaak.
**5..** Indien paragraaf 3.2 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht op de voorbereiding van het besluit van toepassing is, dan wordt daarop tevens paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve beschikking bij niet tijdig beslissen) toegepast, met uizondering van de artikelen 4:20b, derde lid en 4:20f Algemene wet bestuursrecht.
Hoofdstuk 4. › Afdeling 4
Artikel 4:15
Verbod hinderlijke of gevaarlijke reclame
Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening Ede