Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4. › Afdeling 3.

Artikel 4:11a

Weigeringsgronden

Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening Ede

1.. De vergunning kan worden geweigerd op grond van: de ruimtelijke betekenis van de houtopstand; de monumentale waarde van de houtopstand; de meer dan normale ecologische betekenis van de houtopstand; de dendrologische waarde van de houtopstand; de bijzondere verschijningsvorm van de houtopstand. 2.. Bij de beoordeling van een aanvraag voor een vergunning houdt het college rekening met zowel de gezondheidstoestand, het veroorzaken van overlast en de ontwikkelingsmogelijkheden van de houtopstand als met (aangevraagde) omgevingsvergunningen voor bouwplannen en concrete herinrichtingsplannen van de locatie waar de houtopstand zich bevindt. 3.. Het college kan nadere regels stellen over de toepassing van de weigeringsgronden als bedoeld in het eerste lid en de belangen die bij de beslissing over de vergunningaanvraag worden betrokken.

Rechtspraak bij dit artikel