**1..** De rechthebbende op een terrein waarop zich een of meer iepen bevinden is verplicht, nadat het bevoegd gezag heeft bekendgemaakt dat de iepen naar zijn oordeel een gevaar opleveren voor verspreiding van de iepziekte of voor vermeerdering van iepenspintkevers, a. indien de iepen in de grond staan, deze te vellen;b. de iepen te ontschorsen en de schors te vernietigen;c. of de niet ontschorste iepen of delen daarvan te vernietigen of zodanig te behandelen dat verspreiding van de iepziekte wordt voorkomen.
**2..** Het is verboden gevelde iepen of delen daarvan, met uitzondering van geheel ontschorst iepenhout en iepenhout met een doorsnede kleiner dan 4 cm, voorhanden of in voorraad te hebben of te vervoeren.
**3..** Het bevoegd gezag kan ontheffing verlenen van dit verbod.
**4..** Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Hoofdstuk 4. › Afdeling 3.
Artikel 4:11e
Bestrijding iepziekte
Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening Ede