Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2. › Afdeling 5.

Artikel 2:11

(Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg

Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening

1.. Het is verbodeneen weg of niet-openbare ontsluitingsweg: zonder vergunning aan te leggen; op te breken, daarin te graven of te spitten, aard of breedte van de wegverharding te veranderen of anderszins verandering te brengen in de wijze van aanleg. 2.. De vergunning wordt verleend: als omgevingsvergunning door het bevoegd gezag, indien de activiteiten zijn verboden bij een bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit; of door het college in de overige gevallen. 3.. Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing: indien wordt gehandeld in opdracht van een bestuursorgaan of openbaar lichaam; indien situaties voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, de Wegenverordening Gelderland 2010, de waterschapskeur, de Telecommunicatiewet of de daarop gebaseerde Telecommunicatieverordening. 4.. Het verbod in het eerste lid, onderdeel b, is niet van toepassing indien het bij een particulier in eigendom en beheer zijnde weg betreft en de toegankelijkheid van de weg voor hulpdiensten gewaarborgd blijft. 5.. Het verbod is voorts niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, een provinciale wegenverordening, de waterschapskeur, de Telecommunicatiewet of de Algemene verordening ondergrondse infrastructuren gemeente Ede 2015.

Rechtspraak bij dit artikel