Onverminderd het bepaalde in artikel 1:6 trekt de burgemeester de vergunning in, indien:
niet meer wordt voldaan aan de eisen gesteld in artikel 2:28, tweede lid;
voor de openbare inrichting een vergunning op grond van de Drank- en Horecawet is vereist en deze is ingetrokken of geweigerd;
zich in of vanuit de openbare inrichting feiten hebben voorgedaan die de vrees wettigen dat het van kracht blijven van de vergunning gevaar oplevert voor de openbare orde, veiligheid of zedelijkheid.
Hoofdstuk 2. › Afdeling 8
Artikel 2:28b
Intrekkingsgronden
Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening