**1..** Tot een prostitutiebedrijf behoren tenminste:
een verblijfsruimte als bedoeld in hoofdstuk 2 van het Bouwbesluit1bedoeld is het Bouwbesluit waarin de technische voorschriften op grond van de Woningwet zijn opgenomen (Stb. 1991, 439) ingericht als keuken;
een verblijfsruimte als bedoeld in hoofdstuk 2 van het Bouwbesluit ingericht als kleedkamer met per werkruimte een afsluitbare hang-/legkast.
**2..** Het bepaalde onder b. van het vorige lid is niet van toepassing op een bedrijf met niet meer dan vijf werkruimten.
**3..** Samenvoeging van de keuken en de kleedkamer is toegestaan als daarmee, naar het oordeel van het college van burgemeester en wethouders, een gelijkwaardige situatie wordt bereikt.
**4..** De keuken en de kleedkamer mogen niet voor prostitutiedoeleinden gebruikt worden.
**5..** Elke werkruimte moet voorzien zijn van een wasbak met warm en koud stromend water en van heldere elektrische verlichting.
**6..** In een prostitutiebedrijf moeten, overeenkomstig artikel 2 van het Bouwbesluit, tenminste één toiletruimte en één badruimte aanwezig zijn, met dien verstande:
per bouwlaag tenminste één toiletruimte en één badruimte;
per vijf werkruimten tenminste één toiletruimte en per tien werkruimten tenminste één badruimte.
Paragraaf 1.
Artikel 1.
Inrichtingseisen prostitutiebedrijven.
Onderdeel van Nadere regels prostitutiebedrijven