In deze verordening wordt verstaan onder:
a.
pleziervaartuig:
een vaartuig dat uitsluitend of hoofdzakelijk wordt gebruikt voor niet-bedrijfsma-tige, dat wil zeggen sportieve of recreatieve doeleinden;
b.
dag:
een dag is in dit geval gedefinieerd als de periode tussen het vroegste tijdstip waarop de bruggen worden geopend op enige dag tot het laatste openingstijdstip van de bruggen op dezelfde dag
c.
week:
een periode van 7 achtereenvolgende dagen;
d.
zomerseizoen:
de periode van 1 april tot en met 30 september;
e.
winterseizoen:
de periode van 1 oktober tot en met 31 maart.