Voor de toepassing van deze verordening wordt mede verstaan onder:

a.

eigenaar:

opstaller, erfpachter, gerechtigde tot een appartementsrecht of degene die lid is van een coöperatie en op die grond het uitsluitende gebruik heeft van een aan die coöperatie in bloot eigendom toebehorende woning;

b.

eigendom:

opstal, erfpacht, appartementsrecht of lidmaatschap als bedoeld in het vorige lid;

c.

woning:

onzelfstandige woonruimte;

d.

het verlenen van subsidie:

het verlenen van subsidie ten behoeve van het bouwen dan wel het treffen van ingrijpende voorzieningen van gemeentewege;

e.

bouwen:

het verbouwen van gebouwd onroerend goed tot woonruimte, waarbij de bestemming van de onroerende zaak wordt gewijzigd;

f.

bouwen van standplaatsen:

het treffen van ingrijpende voorzieningen aan bestaande huurstandplaatsen.