Voor de toepassing van deze verordening wordt mede verstaan onder:
a.
eigenaar:
opstaller, erfpachter, gerechtigde tot een appartementsrecht of degene die lid is van een coöperatie en op die grond het uitsluitende gebruik heeft van een aan die coöperatie in bloot eigendom toebehorende woning;
b.
eigendom:
opstal, erfpacht, appartementsrecht of lidmaatschap als bedoeld in het vorige lid;
c.
woning:
onzelfstandige woonruimte;
d.
het verlenen van subsidie:
het verlenen van subsidie ten behoeve van het bouwen dan wel het treffen van ingrijpende voorzieningen van gemeentewege;
e.
bouwen:
het verbouwen van gebouwd onroerend goed tot woonruimte, waarbij de bestemming van de onroerende zaak wordt gewijzigd;
f.
bouwen van standplaatsen:
het treffen van ingrijpende voorzieningen aan bestaande huurstandplaatsen.
HOOFDSTUK I. › PARAGRAAF 1.1.
Artikel 2.
Artikel 2.
Onderdeel van Verordening woninggebonden subsidies 1996