In aanvulling op het gestelde in artikel 20 verleent het college van burgemeester en wethouders subsidie voor een koopwoning, een koopstandplaats of een koopwoonwagen onder de voorwaarde dat de subsidie-ontvanger degene is die:
de woning, de standplaats of de woonwagen als eerste eigenaar bewoont, of
de woning, de standplaats of de woonwagen bewoont met ingang van een tijdstip dat minder dan een jaar ligt na het tijdstip van het verlijden van de akte, bedoeld in artikel 3:89 van het Nieuw Burgerlijk Wetboek, of
indien zodanige akte voor verkrijgen van de eigendom niet noodzakelijk was, met ingang van een tijdstip dat minder dan een jaar ligt na de dag waarop het college van burgemeester en wethouders de subsidie voor de eerste eigenaar heeft vastgesteld, de woning, de standplaats of de woonwagen als eigenaar bewoont, of
de woning, de standplaats of de woonwagen heeft bewoond bedoeld onder a, b en c, indien na diens vertrek diens partner of gewezen partner de woning, de standplaats of de woonwagen is blijven bewonen.
HOOFDSTUK II. › PARAGRAAF 2.2.
Artikel 21.
Artikel 21.
Onderdeel van Verordening woninggebonden subsidies 1996