Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 15

Artikel 15

Onderdeel van Organisatieverordening 2004

1.. Met het oog op de doelstelling als verwoord in artikel 14, lid 1, overlegt de directie wekelijks in het managementoverleg met de afdelingshoofden. 2.. De gemeentesecretaris/algemeen directeur stelt de vergaderdata en de agenda voor de vergaderingen van het managementoverleg vast. De directeur en de afdelingshoofden kunnen zaken voor agendering indienen bij de gemeentesecretaris/algemeen directeur. De gemeentesecretaris/algemeen directeur zorgt ervoor dat de agenda en bijbehorende stukken worden gereed gemaakt en zo mogelijk tenminste twee werkdagen voor de betreffende vergadering in het bezit zijn van de deelnemers. 3.. Doel van het overleg is om, binnen de daartoe door het college gegeven richtlijnen en het door dezen gevoerde beleid, met inachtneming van de wettelijke bepalingen inzake de positie van de gemeentesecretaris/algemeen directeur en diens taak, te komen tot: - het adviseren over de gemeentelijke strategie, het langere termijnbeleid en strategische keuzen, alsmede over actuele ontwikkelingen; - het adviseren over product-/prestatiebegroting, meerjarenbegroting, het meerjaren- investeringsplan, de jaarrekening; - het aanduiden van primaatschap bij afdelingoverschrijdende zaken; - het adviseren over en mede ontwikkelen van het gemeentelijk middelenbeleid als vermeld in artikel 12, lid 2; - het coördineren en bewaken van de voortgang van de uitvoering van met name de beleidsvoorbereiding, onder meer via de managementrapportage; - het stimuleren en bewaken van een effectief en efficiënt functioneren van de gemeentelijke organisatie; - het ontwikkelen van activiteiten die bijdragen aan een doorzichtige, klantgerichte en doelmatig functionerende organisatie, uitgaande van een effectieve sturing en een zo groot mogelijke betrokkenheid van de ambtenaren. 4.. Omtrent de in het derde lid genoemde zaken en met inachtname van het advies van het managementoverleg, brengt de directie gevraagd en ongevraagd advies uit aan het college. 5.. De directie heeft de bevoegdheid die maatregelen en voorzieningen te treffen die nodig zijn om de taken te kunnen vervullen, voor zover passend binnen de richtlijnen zoals genoemd onder artikel 3, lid 3 en artikel 6, lid 1. 6.. De leden van de directie streven in hun besluitvorming zoveel mogelijk unanimiteit na. Indien consensus binnen de directie ontbreekt, beslist de gemeentesecretaris/algemeen directeur.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel