De belasting wordt niet geheven ter zake van:
1. voorwerpen die aan de gemeente in eigendom toebehoren, tenzij die
voorwerpen aan derden zijn verhuurd;
2. voorwerpen welke ingevolge een wettelijk voorschrift moeten worden
gedoogd;
3. wegwijzers en soortgelijke voorwerpen van de Koninklijke Nederlandse
Toeristenbond A.N.W.B. en daarmee gelijk te stellen lichamen;
4. rails voor openbare middelen van vervoer;
5. voorwerpen en dergelijke ten behoeve van kerkelijke, liefdadige of
daarmede gelijk te stellen doeleinden. Voor het begrip ‘liefdadige of
daarmede gelijk te stellen doeleinden’ wordt uitgegaan van voorwerpen van de
door het Centraal Bureau Fondsenwerving (CBF) gehanteerde lijst van
instellingen;
6. borden en andere voorwerpen voor het maken van propaganda door politieke
partijen ter gelegenheid van wettelijke verkiezingen;
7. bloembakken, voorzover geplaatst bij of aan woningen;
8. het hebben van voorgeveltuintjes;
9. de OK-punten bebording;
10. voorwerpen waarvoor een privaatrechtelijke overeenkomst is
overeengekomen.
Artikel 6
Vrijstellingen.
Onderdeel van 2013-38 Verordening op de heffing en invordering van precariobelasting 2014