Een persoon als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder g, onderdeel 4, 5 en 6 van de wet kan voor de in artikel 3.1 vermelde voorzieningen in aanmerking worden gebracht indien:
aantoonbare beperkingen op grond van ziekte of gebrek, inclusief chronisch psychische en psychosociale problemen, of
problemen bij het uitvoeren van de mantelzorg en/of het vrijwilligerswerk
het zelf uitvoeren van een of meer huishoudelijke taken onmogelijk maken.
Hoofdstuk 3.
Artikel 3.2
Recht op hulp bij het huishouden.
Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Laarbeek 2013