Een persoon als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder g. onderdeel 5 en 6 van de wet kan voor de in artikel 5.1 onder a. vermelde voorziening in aanmerking worden gebracht indien aantoonbare beperkingen op grond van ziekte of gebrek, inclusief chronisch psychische en psychosociale problemen:
het gebruik van het openbaar vervoer of
het bereiken van het openbaar vervoer
onmogelijk maken.
Hoofdstuk 5.
Artikel 5.2
Het recht op een algemene voorziening.
Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Laarbeek 2013