1.
De persoon als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder g., onderdeel 4, 5 en 6 van de wet dient zijn aanvraag in te dienen bij een gemeentelijk loket op een door het college aan te wijzen plaats op welke plaats zowel aanvragen voor voorzieningen inzake de wet alsook aanvragen zorg inzake de AWBZ kunnen worden ingediend..
2.
De persoon als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder g., onderdeel 4,5 en 6 van de wet die een voorziening in het kader van deze verordening aanvraagt, dient een geldig identiteitsbewijs te overleggen als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht.
Hoofdstuk 7.
Artikel 7.2
Relatie met de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten.
Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Laarbeek 2013