Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2.

Artikel 4.

Toeslagen.

Onderdeel van Toeslagenverordening Wet werk en bijstand

1.. De bijstandsnorm wordt verhoogd met een toeslag indien de alleenstaande of de alleenstaande ouder hogere algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan heeft dan waarin de bijstandsnorm voorziet, als gevolg van het niet of niet geheel kunnen delen van deze kosten met een ander. 2.. De toeslag als bedoeld in lid 1 wordt voor de alleenstaande en de alleenstaande ouder in wiens woning geen ander zijn/haar hoofdverblijf heeft, bepaald op het in artikel 25 lid 2 van de wet genoemde maximumbedrag. 3.. De toeslag wordt bepaald over het in artikel 25, tweede lid, van de wet genoemde bedrag als inwonende kinderen: a.  Een inkomen ontvangen dat alleen maar bestaat uit studiefinanciering of een tegemoetkoming WTOS, en b. De overige inkomsten niet meer bedragen dan de bijstandsnorm voor 21 jarigen vermeerderd met de in lid 5 bedoelde toeslag. 4.. De toeslag als bedoeld in lid 1 wordt voor de zorgbehoeftige en degene(n) die, behoudens met de tot het gezin behorende personen en eventuele kostganger(s) of onderhuurders, samen met een of meer op zijn verzorging aangewezen zorgbehoeftigen hoofdverblijf heeft in dezelfde woning, bepaald op het in artikel 25 lid 2 van de wet genoemde maximumbedrag. 5.. De toeslag als bedoeld in lid 1 wordt voor de alleenstaande en de alleenstaande ouder in wiens woning een ander zijn/haar hoofdverblijf heeft, bepaald op 10% van het nettominimumloon.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel