**1..** Een voorziening genoemd in artikel 3.1 kan slechts worden verleend ten behoeve van een ondersteuningsbehoevende en wordt, tenzij anders bepaald, verleend aan de ondersteuningsbehoevende.
**2..** Het college weigert een voorziening genoemd in artikel 3.1:
indien de beperking of het probleem voortvloeit uit de aard van de in de woning gebruikte materialen;
voor zover de voorziening betrekking heeft op een hoger niveau dan het niveau van voorzieningen in de sociale woningbouw;
indien er geen rechtstreeks oorzakelijk verband bestaat tussen de beperking of het probleem en een of meer bouwkundige of woontechnische kenmerken van woning;
indien de beperking of het probleem niet in de woning zelf (waartoe ook de toegankelijkheid van de woning wordt begrepen) wordt ondervonden;
indien de aanvraag verband houdt met een verhuizing en de ondersteuningsbehoevende verhuist vanuit een woning waarin en waaromheen hij in staat is zich te verplaatsen, tenzij er een belangrijke reden voor de verhuizing bestaat;
indien de aanvraag verband houdt met een verhuizing en deze verhuizing dan wel de acceptatie van de nieuwe woning heeft plaatsgevonden voordat het college een besluit heeft genomen naar aanleiding van de aanvraag, tenzij het college schriftelijk toestemming heeft verleend voor die verhuizing of die acceptatie;
indien de aanvraag verband houdt met een verhuizing en de ondersteuningsbehoevende niet verhuist naar de voor hem op dat moment beschikbare meest geschikte woning, tenzij het college schriftelijk toestemming heeft verleend voor de verhuizing;
indien de aanvraag verband houdt met een verhuizing en de ondersteuningsbehoevende voor het eerst zelfstandig gaat wonen;
indien de aanvraag verband houdt met een verhuizing en de ondersteuningsbehoevende naar een woning verhuist die niet geschikt is om het hele jaar door bewoond te worden;
indien de aanvraag verband houdt met een verhuizing en de ondersteuningsbehoevende verhuist naar een AWBZ-instelling;
indien de aanvraag betrekking heeft op een AWBZ-instelling, hotels/pensions, trekkerswoonwagens, kloosters, vakantiewoningen, kamerverhuur en tweede woningen;
indien de aanvraag betrekking heeft op voorzieningen in gemeenschappelijke ruimten of voorzieningen die bij (nieuw)bouw of renovatie zonder noemenswaardige meerkosten meegenomen (hadden) kunnen worden in een specifiek op gehandicapten en ouderen gericht woongebouw;
indien de aanvraag betrekking heeft op een woonruimte waar de ondersteuningsbehoevende niet zijn hoofdverblijf heeft of zal hebben.
Hoofdstuk 3
Artikel 3.6
Beperkingen en weigeringsgronden
Onderdeel van Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Noordenveld 2013