Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 6.

Artikel 14.

Overige verplichtingen van de subsidieontvanger

Onderdeel van Algemene subsidieverordening Stede Broec 2013

1. De subsidieontvanger verricht de activiteiten binnen de termijn waarvoor de subsidie is verleend. 2. De subsidieontvanger informeert het college zo spoedig mogelijk schriftelijk over: a. besluiten of procedures die zijn gericht op de beëindiging van de activiteiten, waarvoor subsidie is verleend, dan wel ontbinding van de rechtspersoon; b. relevante wijzigingen in de financiële en organisatorische verhouding met derden; c. ontwikkelingen die er toe kunnen leiden dat aan de beschikking tot subsidieverlening verbonden voorwaarden geheel of gedeeltelijk niet kunnen worden nagekomen; d. wijziging van de statuten voor zover het betreft de vorm van de rechtspersoon, de persoon van de bestuurder(s) en het doel van de rechtspersoon. 3. Het college kan de subsidieontvanger verplichtingen opleggen die strekken tot verwezenlijking van het doel van de subsidie. Deze verplichtingen kunnen onder meer betrekking hebben op: a. de kennis en ervaring van personeel van de subsidieontvanger, voor zover dat personeel betrokken is bij de uitvoering van de gesubsidieerde activiteiten; b. de wijze waarop gebruikers, vrijwilligers en beroepskrachten worden betrokken bij het ontwikkelen en uitvoeren van het beleid van de subsidieontvanger; c. aard, deugdelijkheid, inrichting, beheer en toegankelijkheid van voorzieningen. 4. De subsidieontvanger behoeft de toestemming van het college voor handelingen als vermeld in artikel 4:71 Algemene wet bestuursrecht.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel