Het eerste en tweede lid regelen het vaststellen van standplaatsen en ligplaatsen en het toekennen van nummers aan verblijfsobjecten, ligplaatsen, standplaatsen en afgebakende terreinen. Hier is niet voor de term huisnummer gekozen, omdat bij afgebakende terreinen, lig- en standplaatsen niet kan worden gesproken van huis. Vandaar dat de term nummeraanduiding wordt gebruikt.
Een burger kan een aanvraag voor een nummeraanduiding bij burgemeester en wethouders indienen. Deze aanvraag wordt aangemerkt als een verzoek van een belanghebbende om een besluit te nemen in de zin van artikel 1:3, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb). Op de afwikkeling van de aanvraag zijn de hoofdstuk 3 en 4 van de Awb van toepassing (zie hierover ook de algemene toelichting). Ook kunnen burgemeester en wethouders ambtshalve een nummer toekennen.
In afwijking van de Modelverordening is een derde lid toegevoegd.
In dit lid wordt de koppeling gelegd met de omgevingsvergunning voor bouw- of sloopactiviteiten. Om te voorkomen dat naast een aanvraag voor een omgevingsvergunning tevens een aanvraag voor het toekennen van een nummer moet worden ingediend wordt de aanvraag voor de vergunning tevens als een aanvraag voor een nummer beschouwd, indien de eerstbedoelde aanvraag tot gevolg heeft dat er een nummer gewijzigd of toegekend moet worden.
Het vierde lid regelt, dat het eerste tot en met het derde lid ook kan worden toegepast op andere betreedbare en afsluitbare objecten - zoals bijvoorbeeld afgebakende terreinen - als het college dat nodig oordeelt.Het vijfde lid bepaalt dat onder de termen vaststellen, verdelen en toekennen, zoals bedoeld in het eerste en twee lid, tevens het wijzigingen of intrekken daarvan omvat. Deze passage is opgenomen, omdat hierover in het verleden problemen zijn gerezen.