Als één roerende woon- of bedrijfsruimte wordt aangemerkt:
een binnen de gemeente gelegen roerende woon- of bedrijfsruimte welke duurzaam aan een plaats is gebonden en dient tot permanente bewoning of permanent gebruik;
een gedeelte van een onder a bedoelde roerende woon- of bedrijfsruimte dat blijkens zijn indeling is bestemd om als een afzonderlijk geheel te worden gebruikt;
een samenstel van twee of meer onder a bedoelde roerende woon- of bedrijfsruimten of onder b bedoelde gedeelten daarvan, die bij dezelfde belastingplichtige in gebruik zijn en die, naar de omstandigheden beoordeeld, bij elkaar behoren;
het binnen de gemeente gelegen deel van een onder a bedoelde roerende woon- of bedrijfsruimte van een onder b bedoeld gedeelte daarvan of van een onder c bedoeld samenstel.
Artikel 2
Belastingobject
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van belastingen op roerende woon- en bedrijfsruimten 2013