Naar hoofdinhoud
Het trekkend voertuig en de aanhangwagens dienen te voldoen aan de geldende regelgeving en aan de navolgende eisen: het te slepen voertuig dient uit minimaal 2 assen te bestaan; het voertuig dient, ongeacht het ledig gewicht, voorzien te zijn van een reminrichting met een minimaal te behalen remvertraging van 2,40 m/s die gelijktijdig in werking treed bij het in werking treden van de remmen van het trekkend voertuig; het voertuig moet voorzien zijn van luchtbanden waarvan het karkas niet zichtbaar is; het voertuig moet zijn voorzien van daartoe vast geplaatste en als zodanig ingerichte zitplaatsen; het voertuig dient zodanig te zijn ingericht dat er geen mogelijkheid bestaat dat personen van de wagen kunnen vallen; indien de afstand van de onderzijde van het voertuig meer bedraagt dan 0,70 meter dien het voertuig aan de achterkant te zijn voorzien van een stootbalk, en aan de zijkant te zijn voorzien van een zijdelingse afscherming; de instapmogelijkheid dient zich bij voorkeur aan de (rechter) zijkant te bevinden; in de aanhangwagen dient een deugdelijke en eenvoudig te bedienen voorziening aanwezig te zijn om in geval van nood de bestuurder van het trekkende voertuig tijdig te kunnen waarschuwen.

Rechtspraak bij dit artikel