Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4 › Paragraaf 2

Artikel 18

Spreekrecht burgers

Onderdeel van Verordening regelende de instelling, samenstelling en bevoegdheden van de raadscommissie van Noordenveld

1.. Tijdens de commissievergaderingen worden belanghebbenden of hun vertegenwoordigers in de gelegenheid gesteld het woord te voeren over onderwerpen, die voorkomen op de agenda van de vergadering. 2.. Het woord kan niet worden gevoerd over: a. Benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen; b. Een gedraging waarover een klacht ex. artikel 9:1 van de Algemene wet bestuursrecht kan of kon worden ingediend. 3.. De belanghebbende of diens vertegenwoordiger die het woord wenst te voeren dient dit op de dag van de vergadering uiterlijk om 12.00 uur aan te geven bij de griffier, onder vermelding van het onderwerp waarover gesproken gaat worden. De volgorde van de sprekers wordt bepaald aan de hand van de gedane aanmeldingen. 4.. Bij de behandeling van het desbetreffende agendapunt geeft, alvorens de leden van de commissie het woord voeren, de voorzitter het woord aan degenen die zich hebben aangemeld om het woord te voeren. 5.. De spreektijd in eerste termijn bedraagt per agendapunt ten hoogste vijf minuten per spreker of verwante groep van sprekers, met dien verstande dat de totale spreektijd per agendapunt maximaal vijftien minuten bedraagt. Melden zich per agendapunt meer dan drie sprekers aan, dan wordt de spreektijd naar evenredigheid verdeeld over het aantal spreektijd verlangende personen. 6.. Na de behandeling van het agendapunt door de commissie in de eerste termijn geeft de voorzitter opnieuw het woord aan degenen die het woord hebben gevoerd over het desbetreffende agendapunt. De toekenning van spreektijd in de tweede termijn vindt plaats met overeenkomstige toepassing van het bepaalde in het vorige lid. 7.. In daarvoor in aanmerking komende gevallen kan de voorzitter een van de vorige leden afwijkende regeling van de spreektijd hanteren. 8.. Degene die het woord voert dient zich te wenden tot de voorzitter en dient zich te beperken tot zaken, die rechtstreeks verband houden met het aan de orde zijnde agendapunt. Treedt hij buiten de orde, dan kan de voorzitter hem het woord ontnemen. 9.. Leden van de raadscommissie en collegeleden kunnen vragen stellen aan degene die het woord heeft gevoerd; zij gaan niet met de woordvoerder in discussie. 10.. De raadscommissie kan besluiten om de behandeling van een agendapunt voort te zetten in een volgende vergadering, In dat geval staat het spreekrecht alleen open voor hen, die zich voorafgaande aan de eerste vergadering hiervoor hebben aangemeld en niet toen al in eerste en/of tweede termijn het woord hebben gevoerd. De raadscommissie besluit op voorstel van de voorzitter of er sprake zal zijn van een voortgezette of nieuwe behandeling.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel