Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:
vaartuigen: alle soorten van drijvende lichamen, welke
wegens hun drijfvermogen worden gebezigd dan wel bestemd of geschikt
zijn voor het vervoer te water van personen en/of goederen;
onder vaartuigen worden mede begrepen hout-, werk- en aanlegvlotten,
pontons, al dan niet dienende tot het dragen van daarop geplaatste
werktuigen;
kade: een oever van de haven, al dan niet voorzien van
een kademuur, steenglooiing of andere oeververdediging;
ligplaatsvergunning of vergunning: een beschikking
strekkende tot toekenning van een recht van vaste ligplaats als
bedoeld in artikel 2.
Artikel 1
Begripsomschrijvingen.
Onderdeel van 2013-41 Verordening op de heffing en invordering van ligplaatsgelden 2014