Naar hoofdinhoud

Artikel 5

Bepalingen betreffende de maatstaf en het tarief.

Onderdeel van 2013-41 Verordening op de heffing en invordering van ligplaatsgelden 2014

1. Voor de berekening van het recht bedoeld in artikel 4, wordt een gedeelte als een volle eenheid aangemerkt. 2. Telkens wanneer een ligplaats waarvoor een vergunning is verleend in de lengte wordt overschreden, waaronder wordt verstaan dat een op die ligplaats liggend vaartuig buiten de ligplaats uitsteekt langs een gedeelte van de gemeentelijke openbare kade waarlangs een recht van vaste ligplaats niet is verleend, is de houder van de vergunning verplicht hiervan kennis te geven aan de havenmeester en wel binnen zes uur nadat het vaartuig begonnen is van de ligplaats gebruik te maken. Ter zake van deze overschrijding is telkens een bijbetaling op het recht verschuldigd, welke, berekend naar de lengte van de overschrijding, per strekkende meter een tiende gedeelte van het recht bedraagt, dat ingevolge artikel 4 per jaar en per strekkende meter verschuldigd zou zijn. 3. Bij de bepaling van de grootte van de overschrijding wordt het uitstekende deel van het vaartuig gemeten met inbegrip van het roer in midscheepse stand, de boegspriet, de berghouten of de zwaarden, zo een dezer onderdelen verder reikt dan het uiterste punt van scheepswand, scheepsboord of opbouw.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel