**1.** Voor de berekening van het recht bedoeld in artikel 4, wordt een
gedeelte als een volle eenheid aangemerkt.
**2.** Telkens wanneer een ligplaats waarvoor een vergunning is
verleend in de lengte wordt overschreden, waaronder wordt
verstaan dat een op die ligplaats liggend vaartuig buiten de
ligplaats uitsteekt langs een gedeelte van de gemeentelijke
openbare kade waarlangs een recht van vaste ligplaats niet is
verleend, is de houder van de vergunning verplicht hiervan
kennis te geven aan de havenmeester en wel binnen zes uur nadat
het vaartuig begonnen is van de ligplaats gebruik te maken. Ter
zake van deze overschrijding is telkens een bijbetaling op het
recht verschuldigd, welke, berekend naar de lengte van de
overschrijding, per strekkende meter een tiende gedeelte van het
recht bedraagt, dat ingevolge artikel 4 per jaar en per
strekkende meter verschuldigd zou zijn.
**3.** Bij de bepaling van de grootte van de overschrijding wordt het
uitstekende deel van het vaartuig gemeten met inbegrip van het roer in
midscheepse stand, de boegspriet, de berghouten of de zwaarden, zo een
dezer onderdelen verder reikt dan het uiterste punt van scheepswand,
scheepsboord of opbouw.
Artikel 5
Bepalingen betreffende de maatstaf en het tarief.
Onderdeel van 2013-41 Verordening op de heffing en invordering van ligplaatsgelden 2014