Naar hoofdinhoud

§ 3.1

Artikel 13.

Afzien van het opleggen van een maatregel

Onderdeel van Verzamelverordening  WWb, Ioaw en Bbz vs 5  2012

1.. Het college ziet af van het opleggen van een maatregel indien: a.. elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt; of b.. door het niet (volledig) nakomen van de inlichtingen- of medewerkingsverplichting \ een reeds eerder toegekende uitkering is of wordt beëindigd en er geen sprake is van financiële benadeling. 2.. Het college kan afzien van het opleggen van een maatregel indien het daarvoor dringende redenen aanwezig acht. 3.. Indien het college afziet van het opleggen van een maatregel op grond van dringende redenen, wordt aan de belanghebbende daarvan schriftelijk mededeling gedaan. 4.. De maatregel wegens schending van de inlichtingenplicht wordt niet opgelegd zolang de gedraging wordt onderzocht door het Openbaar Ministerie en blijft definitief achterwege indien ter zake strafvervolging is ingesteld en het onderzoek ter rechtszitting een aanvang heeft genomen, of het recht tot strafvervolging is vervallen ingevolge artikel 74 van het Wetboek van strafrecht.

Rechtspraak bij dit artikel