Naar hoofdinhoud

§ 5.1

Artikel 27.

aanvullende definities voor deze paragraaf

Onderdeel van Verzamelverordening  WWb, Ioaw en Bbz vs 5  2012

In deze paragraaf wordt verstaan onder: normbedrag:het toepasselijke naar leefvorm vastgestelde bedrag als bedoeld in artikel 20 en 21 van de wet. gehuwdennorm: het normbedrag dat conform de wet wordt toebedeeld aan gehuwden waarvan beide echtgenoten jonger zijn dan de Aow-gerechtigde leeftijd. toeslag:het verhogen van het normbedrag voor alleenstaanden en alleenstaande ouders met een percentage (ten hoogste 20%)van het normbedrag voor gehuwden. verlagen:het verlagen van het normbedrag voor gezinnen met een percentage (ten hoogste 20%) van het normbedrag voor gehuwden. onderhuurder:de persoon, niet zijnde een bloedverwant in de eerste graad, die onderhuurt of op commerciële basis een medebewoner is en wiens woonsituatie voldoet aan het volgende: het te onderhuren/mede te bewonen deel van de woning is zelfstandig geschikt voor bewoning, de prijs per maand is minstens gelijk aan 10%van het normbedrag voor gezinnen en de onderhuurder/medebewoner staat ingeschreven in de basisadministratie van de gemeente op het onderhuuradres hoofdbewoner:een belanghebbende die eigenaar of hoofdhuurder is van woonruimte en die in de woonruimte hoofdverblijf heeft. g.WSF-/WTOS-kind: een kind met studiefinanciering ingevolge de Wet op de g. Studiefinanciering 2000 dan wel een tegemoetkoming op grond van de Wet g. tegemoetkoming studiekosten. h.zorgbehoevende: degene die is aangewezen op verzorging ter voorkoming van opname in een verpleeg- of verzorgingstehuis. i.woonkosten: Alle met wonen samenkomende kosten zoals huur, hypotheek, energie, i. water, verzekeringen etc. j. gedeeltelijke woonkosten: enkele met wonen samenhangende kosten, niet het geheel hiervan.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel