Naar hoofdinhoud

Afdeling II.

Artikel 3

Artikel 3

Onderdeel van Parkeerverordening 2009

1.. Het college kan op een daartoe strekkende aanvraag een vergunning verlenen voor het parkeren op belanghebbendenplaatsen of parkeerapparatuurplaatsen. 2.. Het college kan regels stellen voor het aanvragen en verlenen van een vergunning 3.. Een vergunning kan worden verleend aan: bewoners in een gebied waar belanghebbendenplaatsen of mede door vergunninghouders te gebruiken parkeerapparatuurplaatsen aanwezig zijn; bedrijven of instellingen en werknemers hiervan gelegen in een gebied waar door vergunninghouders te gebruiken parkeerapparatuurplaatsen aanwezig zijn; bedrijven of instellingen gelegen in een gebied waar belanghebbendenplaatsen aanwezig zijn; personen die in verband met de aard van hun werkzaamheden zijn aangewezen op het gebruik van een motorvoertuig gelegen in een gebied waar belanghebbendenplaatsen of mede door vergunninghouders te gebruiken parkeerapparatuurplaatsen aanwezig zijn; bezoekers aan personen, bedrijven of instellingen gelegen in een gebied waar belanghebbendenplaatsen of mede door vergunninghouders te gebruiken parkeerapparatuurplaatsen aanwezig zijn. 4.. Het college kan in bijzondere gevallen een vergunning ook verlenen aan een andere belanghebbende dan die genoemd in het derde lid. 5.. Het college kan, bij openbaar te maken besluit, een maximum aantal uit te geven vergunningen per aaneengesloten gebied en per categorie vaststellen. 6.. Het college kan aan een vergunning voorschriften en beperkingen verbinden die strekken tot bescherming van het belang van een goede verdeling van de beschikbare parkeerruimte.

Rechtspraak bij dit artikel