Naar hoofdinhoud
1.. Het verslag van iedere vergadering wordt aan de raads- en collegeleden toegezonden met het verzoek door hen gewenste aanvullingen en correcties aan de griffier mee te delen, die nagaat of deze in overeenstemming zijn met hetgeen is geregistreerd. 2.. Bij het begin van de vergadering wordt zoveel als mogelijk is, het verslag van de vorige vergadering vastgesteld. 3.. De leden, de voorzitter, de collegeleden, de griffier en de secretaris hebben het recht een voorstel tot verandering aan de raad te doen als het verslag onjuistheden bevat of niet duidelijk weergeeft hetgeen gezegd of besloten is. Een voorstel tot verandering volgt de in het eerste lid beschreven procedure. 4.. Het verslag moet tenminste inhouden: de namen van de ter vergadering aanwezige raads- en collegeleden, voorzitter en de griffier alsmede van de leden die afwezig waren en overige personen die het woord gevoerd hebben; een vermelding van de zaken die aan de orde zijn geweest; een samenvatting van het gesprokene met vermelding van de namen der aanwezigen die het woord voerden; een overzicht van het verloop van elke stemming, met vermelding bij hoofdelijke stemming van de namen van de leden die voor of tegen stemden, onder aantekening van de namen van de leden die zich overeenkomstig de Gemeentewet van stemming hebben onthouden; de tekst van de ter vergadering ingediende initiatiefvoorstellen en burgerinitiatiefvoorstellen, voorstellen van orde, moties, amendementen en subamendementen; 5.. Het verslag wordt opgesteld onder de zorg van de griffier. 6.. Het verslag wordt als regel binnen twee weken in ontwerp aan de in het eerste lid bedoelde personen toegezonden. 7.. Het vastgestelde verslag wordt door de voorzitter en de griffier ondertekend.

Rechtspraak bij dit artikel