**1..** Voor een langdurigheidstoeslag komt in aanmerking de persoon van 21 jaar of ouder doch jonger dan 65 jaar die gedurende een aaneengesloten periode van 36 maanden aangewezen is geweest op een inkomen dat niet hoger is dan 110% van de voor hem geldende bijstandsnorm, geen in aanmerking te nemen vermogen heeft als bedoeld in artikel 34 van de wet en geen uitzicht heeft op inkomensverbetering.
**2..** Niet voor de langdurigheidstoeslag komt in aanmerking de belanghebbende die een opleiding volgt als bedoeld in de WTOS, dan wel een studie volgt als genoemd in de WSF 2000. Het college kan hier in bijzondere omstandigheden van afwijken.
**3..** De uitkeringsgerechtigde die naar het oordeel van het college tijdens het refertejaar niet voldoet aan de aan het recht op bijstand/uitkering of inkomensvoorziening verbonden verplichtingen en als gevolg daarvan door eigen toedoen het zicht op inkomensverbetering heeft belemmerd of zijn kansen daarop heeft verspeeld, heeft -gerekend vanaf de peildatum voor een periode van 12 maanden- geen recht op de langdurigheidstoeslag.