In deze verordening wordt verstaan onder:

a.

doelmatigheid:

het realiseren van bepaalde prestaties met een zo beperkt mogelijke inzet van middelen;

b.

doeltreffendheid:

de mate waarin de gewenste effecten van het beleid daadwerkelijk worden behaald;

c.

rechtmatigheid:

de mate waarin de uitvoering van het beleid in overeenstemming is met de interne en externe regels is;

d.

beleidsproduct:

het product dat tezamen met andere producten een programma vormt;

e.

organisatieonderdeel:

organisatorische eenheid van de ambtelijke organisatie zoals een dienst, afdeling of cluster.