Lid 1.
Het gesprek wordt gevoerd bij de belanghebbende thuis of bij de gemeente, tenzij belanghebbende aangeeft het gesprek liever elders te voeren.
Lid 2.
Als belanghebbende een mantelzorger is wordt met de mantelzorger en zo mogelijk met de verzorgde geïnventariseerd welke belemmeringen de belanghebbende ondervindt bij de uitvoering van de mantelzorg.
Lid 3.
Bij het voeren van het gesprek zal de International Classification of Functions, Disabilities and Health als basis voor het begrippenkader worden gehanteerd.