Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk II

Artikel 4

Benoeming, zittingsduur, schorsing en ontslag

Onderdeel van Verordening bezwaarschriftencommissie Werk Zorg en Inkomen

1.. De voorzitter en de (plaatsvervangende) leden worden door het college benoemd voor de duur van een raadsperiode van vier jaar. Het lidmaatschap eindigt derhalve op de dag waarop de zittingsperiode van de raad eindigt. Zij kunnen bij goed functioneren hoogstens één keer worden herbenoemd, mits zij blijven voldoen aan de criteria voor benoeming. 2.. De benoeming ter vervulling van een plaats die anders dan door periodieke aftreding is opengevallen, geschiedt zo spoedig mogelijk na het ontstaan van de betreffende vacature en geldt tot het einde van de lopende raadsperiode. Aftredende leden blijven hun functie waarnemen totdat in hun opvolging is voorzien. 3.. Zolang er na afloop van de zittingsperiode van de raad geen nieuwe leden zijn benoemd, blijven de zittende leden in functie. 4.. De leden van de commissie worden door het college ontslagen: op eigen verzoek wanneer zij door ziekte of gebreken blijvend ongeschikt zijn hun functie te vervullen bij de aanvaarding van een functie als bedoeld in artikel 5 wanneer zij bij onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak wegens misdrijf zijn veroordeeld, dan wel hun bij zo’n uitspraak een maatregel is opgelegd die vrijheidsbeneming tot gevolg heeft wanneer zij bij onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak onder curatele zijn gesteld, in staat van faillissement zijn verklaard, ten aanzien van hen de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen van toepassing is verklaard, zij surséance van betaling hebben verkregen of wegens schulden zijn gegijzeld wanneer zij naar het oordeel van het college ernstig nadeel toebrengen aan het in hen gestelde vertrouwen. 5.. Het college kan in afwachting van een beslissing als bedoeld in lid 6 het lid van de commissie in de uitoefening van zijn functie schorsen, van welke schorsing het zo spoedig mogelijk mededeling doet aan het betreffende lid. 6.. Voordat het college een beslissing neemt over een voorstel tot ontslag van een lid van de commissie, wordt het betreffende lid in de gelegenheid gesteld gehoord te worden. 7.. Als het college niet tot het verlenen van ontslag besluit, heft het de schorsing op, welke beslissing zo spoedig mogelijk aan het betreffende lid wordt meegedeeld.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel