Naar hoofdinhoud

Artikel 2

Indeling, uitgifte en afmetingen van de graven

Onderdeel van Nadere regels gemeenelijke begraafplaats Driebergen-Rijsenburg

1.. De algemene graven bestaan uit graven waarin gelegenheid wordt gegeven om maximaal twee stoffelijke overschotten te begraven voor de tijd van tien jaren. In deze graven vindt geen bijzetting van asbussen plaats, met of zonder urnen. 2.. De eigen graven zijn bestemd voor het begraven van ten hoogste vier stoffelijke overschotten voor de tijd van twintig jaren, waaronder maximaal twee lijken. 3.. In een grafkelder mogen ten hoogste vier stoffelijke overschotten worden begraven/bijgezet voor de tijd van twintig jaren, waaronder maximaal twee lijken. 4.. Een kindergraf is bestemd voor het begraven van ten hoogste één lijk van een foetus van tenminste 24 weken tot een kind van ten hoogste de leeftijd van 12 jaren voor de tijd van twintig jaren. 5.. Een foetusgraf is bestemd voor het begraven van ten hoogste zes stoffelijke overschotten van een foetus, dat geboren is na minder dan 24 weken zwangerschap, voor de tijd van twintig jaren. 6.. Een eigen urnengraf is bestemd voor het daarin bijzetten van ten hoogste drie asbussen, met of zonder urnen, voor de tijd van twintig jaren. 7.. Een eigen graf, een grafkelder of een algemeen graf heeft een lengte en breedte van respectievelijk 2.00 en 1.00 m. 8.. Een kindergraf heeft een lengte en breedte van respectievelijk 1.50 en 1.00 m. 9.. Een foetusgraf heeft een lengte en breedte van respectievelijk 0.50 en 0.25 m. 10.. Een eigen urnengraf heeft een lengte en breedte van respectievelijk 0.60 en 0.60 m. 11.. In de thans aanwezige open ruimte tussen de padenstructuur kunnen ook graven worden uitgegeven, zulks met inachtneming van de toepasselijke volgorde van uitgifte. De toepasselijke uitgifte betekent dat graven opeenvolgend en aansluitend worden uitgegeven. 12.. Op de begraafplaats bestaat geen gelegenheid tot het luiden van de klok.

Rechtspraak bij dit artikel