Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 1.

Artikel 5.

Uitsluitingsgronden en uitsluitingstermijnen.

Onderdeel van VERORDENING SCHULDHULPVERLENING GEMEENTE VENRAY 2013

1.. Geen recht op schuldhulpverlening heeft: Degene die fraude heeft gepleegd die financiële benadeling van een bestuursorgaan tot gevolg heeft en die persoon in verband daarmee onherroepelijk strafrechtelijk is veroordeeld of een onherroepelijke bestuurlijke sanctie die beoogt leed toe te voegen, is opgelegd. Degene die dak- of thuisloos is omdat opvang plaats dient te vinden door de aangewezen centrumgemeente. Degene die zelfstandige is in de zin van artikel 1 aanhef en onder b van het besluit bijstandsverlening zelfstandigen 2004. 2.. Tijdelijk geen recht op schuldhulpverlening heeft: Degene bij wie schuldhulpverlening is geweigerd omdat hij tijdens de meldingsfase niet voldaan heeft aan een of meer van de verplichtingen ex artikel 3 lid 1 van deze Verordening en/of niet voldaan heeft aan de voorwaarde ex artikel 4 van deze Verordening. Degene wiens aanvraag is afgewezen op grond van artikel 13 van deze verordening dan wel de aanvraag buiten behandeling is gesteld op grond van 4:5 Algemene wet bestuursrecht dan wel de schuldhulpverlening is beëindigd omdat niet voldaan werd aan een of meer opgelegde verplichtingen en/of van toepassing zijnde voorwaarde(n) dan wel beëindiging plaatsvond op een van de andere gronden vermeld in artikel 27 van deze verordening. 3.. De uitsluitingstermijn voor degene vermeld in lid 2 onder a bedraagt drie hele maanden, te rekenen vanaf de datum waarop de verwijtbare gedraging geconstateerd is. 4.. De uitsluitingstermijn voor degene vermeld in lid 2 onder b wiens aanvraag afgewezen is op grond van artikel 13 van deze verordening of buiten behandeling is gesteld op grond van artikel 4:5 Algemene wet bestuursrecht bedraagt drie hele maanden. 5.. De uitsluitingstermijn voor degene vermeld in lid 2 onder b bij wie de schuldhulpverlening is beëindigd bedraagt drie hele maanden plus het aantal hele maanden tussen het besluit op de aanvraag (te rekenen vanaf datum dagtekening) en de datum waarop de verwijtbare gedraging wordt geconstateerd. 6.. De vastgestelde uitsluitingstermijn gaat in vanaf de datum waarop de verwijtbare gedraging wordt geconstateerd. 7.. Afhankelijk van de ernst van de gedraging, de mate waarin de verzoeker een verwijt kan worden gemaakt en de (persoonlijke) omstandigheden waarin hij verkeert, kan de uitsluitingstermijn ex lid 3, lid 4 of lid 5 korter of langer worden vastgesteld. 8.. Er vindt geen uitsluiting van het product informatie en advies plaats.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel