1. Het bevoegd gezag stelt een formulier vast voor de
indiening van een aanvraag voor een vergunning als bedoeld in artikel
12, tweede lid.
2.Een aanvraag om een vergunning, wordt ingediend bij
het college.
3. Bij de aanvraag om vergunning moeten de volgende
bescheiden in drievoud worden overgelegd:
a. een situatietekening (schaal 1:1000) waaruit blijkt de
situering van het bouwwerk op het betreffende terrein en de daarop
voorkomende bebouwing, de wijze van ontsluiting, de aangrenzende
terreinen met de daarop voorkomende bebouwing en het beoogde gebruik van
het bij het bouwwerk behorende terrein;
b.bij de aanvraag voor een beschermd gemeentelijk
monument ook tekeningen of foto’s van de omgeving inclusief de in de
nabijheid gelegen bouwwerken voor zover nodig ter beoordeling van het
uiterlijk van het bouwwerk waarop de aanvraag betrekking heeft;
c. tekeningen of gegevens waaruit blijkt welke onderdelen van
het monument aan wijzigingen onderhevig zullen zijn, de bestaande en de
nieuwe toestand van deze delen, alsmede de details of gegevens die, naar
het oordeel van het college relevant zijn om op de aanvraag te kunnen
beslissen;
d. een werkbeschrijving of bestek.
4. Het bevoegd gezag kan ten behoeve van de beoordeling van
de aanvraag bepalen, dat bouwhistorisch onderzoek of archeologisch
onderzoek moet worden uitgevoerd door de aanvrager.