1. Voor zover deze verordening betrekking heeft op beschermde
gemeentelijke monumenten, gemeentelijke archeologische monumenten en
beschermde gemeentelijke stads- en dorpsgezichten treedt zij in werking
op 1 januari 2011.
2. Voor zover deze verordening betrekking heeft op beschermde
rijksmonumenten, treedt zij in werking overeenkomstig het bepaalde in
artikel 15, tweede lid, van de Monumentenwet 1988.
3. De Monumentenverordening Zevenaar 2004, vastgesteld bij
besluit van de gemeenteraad van 18 februari 2004, wordt -voor zover het
betreft bepalingen over beschermde rijksmonumenten- vervalt op de datum
waarop het tweede lid toepassing vindt.
4. Lopende procedures die beogen dat monumenten en/of stads-
en dorpsgezichten worden geplaatst op de gemeentelijke monumentenlijst
respectievelijk de gemeentelijke lijst van beschermde stads- en
dorpsgezichten worden geacht te zijn gevoerd overeenkomstig de
bepalingen van deze verordening.
5. Aanvragen om vergunning die zijn ingediend vóór de
inwerkingtreding van deze verordening, worden afgehandeld met
inachtneming van de bepalingen van deze verordening.