Naar hoofdinhoud

Artikel 5

De aanwijzing tot beschermd gemeentelijk monument en beschermd gemeentelijk archeologisch monument

Onderdeel van Monumentenverordening Zevenaar 2010

1. Het college kan, al dan niet op schriftelijke aanvraag van een belanghebbende, een onroerend monument of terrein aanwijzen als beschermd gemeentelijk monument of beschermd gemeentelijk archeologisch monument. 2. Beschermwaardig zijn: a. objecten waarvan het casco (bouwkundige hoofdstructuur) in een redelijk goede staat is, zodat het object is te restaureren zonder volledige afbraak; b. objecten waarvan de oorspronkelijke vorm of aanleg in hoofdopzet nog aanwezig is, tenzij het een historisch gegroeide situatie betreft; c. objecten met een architectonische betekenis/kunstwaarden en/of oudheidkundige waarde en/of een stedenbouwkundige/ensemble-waarde; d. terreinen met een vastgestelde hoge archeologische waarde 3. Van een object wordt een beschrijving gemaakt, welke de volgende elementen bevat: a. een recente, duidelijke foto van het object; b. plaats en straat, kadastrale aanduiding; c. oorspronkelijk en huidige functie; d. bouwjaar en bouwstijl; e. omschrijving van het geheel en van de afzonderlijke onderdelen zoals gevels, vensters, deuren en dak; f. situering op het perceel; g. omgeving van het object; h. bijzonderheden; i. motivatie voor de aanwijzing; j. indeling of inrichting object. Van een terrein wordt een beschrijving gemaakt , welke de volgende elementen bevat: a. plaats en straat, kadastrale aanduiding; b. oorspronkelijk en huidige functie; c. datering archeologische resten; d. omschrijving van de resten, vindplaats; e. situering op het perceel/ tekening; f. bijzonderheden; g. motivatie voor aanwijzing. 4. Voordat het college over de aanwijzing een besluit neemt, vraagt hij advies aan de monumentencommissie en zonodig de regioarcheoloog. In spoedeisende gevallen kan het vragen van dit advies achterwege blijven. 5. Het college kan ten behoeve van de aanwijzing van een monument als beschermd monument bepalen, dat bouwhistorisch of archeologisch onderzoek wordt verricht. 6. De aanwijzing kan geen monument betreffen dat is aangewezen op grond van artikel 3 van de Monumentenwet 1988 of dat is aangewezen op grond van de monumentenverordening van de provincie Gelderland. 7. Het college geeft van zijn voornemen tot aanwijzing tot beschermd gemeentelijk monument of beschermd gemeentelijk archeologisch monument kennis aan de eigenaren. Tevens wordt aan degene die om aanwijzing heeft verzocht het voornemen kenbaar gemaakt. De kennisgeving geschiedt schriftelijk; in spoedeisende gevallen kan hiervan worden afgeweken. 8. Het college neemt met betrekking tot kerkelijke monumenten geen beslissing tot aanwijzing tot beschermd gemeentelijk monument dan na overleg met de eigenaar.

Rechtspraak bij dit artikel