1. Het college kan, al dan niet op schriftelijke aanvraag van
een belanghebbende, een onroerend monument of terrein aanwijzen als
beschermd gemeentelijk monument of beschermd gemeentelijk archeologisch
monument.
2. Beschermwaardig zijn:
a. objecten waarvan het casco (bouwkundige hoofdstructuur) in
een redelijk goede staat is, zodat het object is te restaureren zonder
volledige afbraak;
b. objecten waarvan de oorspronkelijke vorm of aanleg in
hoofdopzet nog aanwezig is, tenzij het een historisch gegroeide situatie
betreft;
c. objecten met een architectonische betekenis/kunstwaarden
en/of oudheidkundige waarde en/of een stedenbouwkundige/ensemble-waarde;
d. terreinen met een vastgestelde hoge archeologische
waarde
3. Van een object wordt een beschrijving gemaakt, welke de
volgende elementen bevat:
a. een recente, duidelijke foto van het object;
b. plaats en straat, kadastrale aanduiding;
c. oorspronkelijk en huidige functie;
d. bouwjaar en bouwstijl;
e. omschrijving van het geheel en van de afzonderlijke
onderdelen zoals gevels, vensters, deuren en dak;
f. situering op het perceel;
g. omgeving van het object;
h. bijzonderheden;
i. motivatie voor de aanwijzing;
j. indeling of inrichting object.
Van een terrein wordt een beschrijving gemaakt , welke de volgende
elementen bevat:
a. plaats en straat, kadastrale aanduiding;
b. oorspronkelijk en huidige functie;
c. datering archeologische resten;
d. omschrijving van de resten, vindplaats;
e. situering op het perceel/ tekening;
f. bijzonderheden;
g. motivatie voor aanwijzing.
4. Voordat het college over de aanwijzing een besluit neemt,
vraagt hij advies aan de monumentencommissie en zonodig de
regioarcheoloog. In spoedeisende gevallen kan het vragen van dit advies
achterwege blijven.
5. Het college kan ten behoeve van de aanwijzing van een
monument als beschermd monument bepalen, dat bouwhistorisch of
archeologisch onderzoek wordt verricht.
6. De aanwijzing kan geen monument betreffen dat is
aangewezen op grond van artikel 3 van de Monumentenwet 1988 of dat is
aangewezen op grond van de monumentenverordening van de provincie
Gelderland.
7. Het college geeft van zijn voornemen tot aanwijzing tot
beschermd gemeentelijk monument of beschermd gemeentelijk archeologisch
monument kennis aan de eigenaren. Tevens wordt aan degene die om
aanwijzing heeft verzocht het voornemen kenbaar gemaakt. De kennisgeving
geschiedt schriftelijk; in spoedeisende gevallen kan hiervan worden
afgeweken.
8. Het college neemt met betrekking tot kerkelijke monumenten
geen beslissing tot aanwijzing tot beschermd gemeentelijk monument dan
na overleg met de eigenaar.
Artikel 5
De aanwijzing tot beschermd gemeentelijk monument en beschermd gemeentelijk archeologisch monument
Onderdeel van Monumentenverordening Zevenaar 2010