**1..** Onder de naam ‘onroerende-zaakbelastingen’ worden
ter zake van binnen de gemeente gelegen onroerende
zaken twee directe belastingen geheven:
een gebruikersbelasting van degene die bij het
begin van het kalenderjaar een onroerende zaak die
niet in hoofdzaak tot woning dient, al dan niet
krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of
persoonlijk recht gebruikt, verder te noemen:
gebruikersbelasting;
een eigenarenbelasting van degene die bij het
begin van het kalenderjaar van een onroerende zaak
het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt
recht, verder te noemen: eigenarenbelasting.
**2..** bij de gebruikersbelasting wordt:
gebruik door degene aan wie een deel van een
onroerende zaak in gebruik is gegeven (verder: de
gebruiker), aangemerkt als gebruik door degene die
dat deel in gebruik heeft gegeven (verder: de
gebruikgever); de gebruikgever is bevoegd de
belasting als zodanig te verhalen op de
gebruiker;
het ter beschikking stellen van een onroerende
zaak voor volgtijdig gebruik aangemerkt als gebruik
door degene die de onroerende zaak ter beschikking
heeft gesteld; degene die de onroerende zaak ter
beschikking heeft gesteld is bevoegd de belasting
als zodanig te verhalen op degene aan wie die zaak
ter beschikking is gesteld.
**3..** Voor de eigenarenbelasting wordt als genothebbende
krachtens eigendom, bezit of beperkt recht
aangemerkt, degene die bij het begin van het
kalenderjaar als zodanig in de basisregistratie
kadaster is vermeld, tenzij blijkt dat hij op dat
tijdstip geen genothebbende krachtens eigendom,
bezit of beperkt recht is.
Artikel 1 -
Belastingplicht
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van onroerende-zaakbelastingen 2013