**1..** Een vergunning voor het vellen van een erfsingel of deel daarvan, wordt uitsluitend verleend, als:
de erfsingel geveld moet worden omdat op die plaats een bouwwerk, uitweg, kavelpad of ander werk komt en de eventuele vergunning die daarvoor krachtens artikel 2.1 of 2.2 van de Wabo nodig is, tegelijk wordt verleend met de vergunning voor het vellen van de erfsingel, of
de erfsingel geveld moet worden vanwege een boomziekte of veroudering.
**2..** Een vergunning voor het vellen van een erfsingel of deel daarvan, wordt uitsluitend verleend, als het beplantingsplan uit de aanvraag voorziet in de realisatie van een nieuwe erfsingel die:
aan minimaal drie zijden van het erf, als rechte lijn langs de erfgrens ligt;
minimaal de breedte heeft die overeenkomt met de landschappelijke inpassing uit het bestemmingsplan;
bestaat uit plantmateriaal dat maximaal 1,5 m uit elkaar staat, zowel in afstand tussen de rijen als in afstand binnen de rij zelf;
bestaat uit plantmateriaal dat voor minimaal 25% uit boomvormers bestaat en voor minimaal 25% uit struikvormers die gelijkmatig verdeeld worden over de erfsingel;
bestaat uit minimaal 5 rijen plantmateriaal;
bestaat uit minimaal 2 jarig plantgoed van inheemse soorten;
bestaat uit maximaal 25% boomvormers van dezelfde soort en maximaal 25% struikvormers van dezelfde soort;
bestaat uit minimaal 75% loofbomen en -struiken.
**3..** Aan een vergunning voor het vellen of doen vellen van een erfsingel, worden voorschriften verbonden die voorzien in:
een verplichting tot het realiseren van een nieuwe, aaneengesloten, erfsingel.
een termijn waarbinnen de nieuwe erfsingel moet zijn aangeplant. Deze termijn wordt gekoppeld aan het gereed komen van de bouw-, aanleg- of erfuitbreidingsactiviteiten en aan het plantseizoen.
minimale beplantingseisen, zoals de dichtheid van het plantmateriaal, de maat van het plantmateriaal en de variatie van het assortiment. Deze eisen sluiten zoveel mogelijk aan bij het bestemmingsplan en het landschappelijke beleid.
bepalingen over het moment waarop de velling mag worden uitgevoerd.
**4..** Bij erfuitbreidingen of - wijziging in situaties waarin geen vergunning vereist is krachtens artikel 2.2, eerste lid onder g (kapvergunning) van de Wabo, maar wel krachtens artikel 2.1, eerste lid onder b (aanlegvergunning) van de Wabo, worden de voorschriften zoals bedoeld in het tweede lid aan de vergunning verbonden.
**5..** Indien bij erfuitbreiding of -wijziging een vergunning vereist is krachtens artikel 2.1, eerste lid onder c (afwijking van het bestemmingsplan), wordt de inhoud van het tweede lid gebruikt bij het beoordelen van de ontvankelijkheid van de aanvraag. Indien de aanvraag geheel voorziet in een erfsingel conform alle genoemde punten, kan het college de toepassing van lid 3 voor die vergunning achterwege te laten.
**6..** De vergunning krachtens artikel 2.2, eerste lid, onder g Wabo wordt verleend voor een termijn van maximaal drie jaar.